Geschiedenis van Suriname

In 1492 ontdekte de Spanjaarden de Guyana’s en werden rond 1600 de eerste handelsposten gesticht. 

De werkelijke kolonisatie van Suriname begon in 1651 toen de Engelse gouverneur Francis Willougby vanuit Barbados suikerplanters naar Suriname stuurde om plantages te stichten en te bewerken.

 

Einde eerste kolonisatie

In 1665 werden de Engelse, door de staten van Zeeland, uit het voormalige Brits Guyana verdreven en kwam er een einde aan de eerste Britse kolonisatie van Suriname. 

Tijdens de vredesonderhandelingen, tussen de staten van Zeeland en de Engelse, werd besloten dat Suriname zou worden geruild voor Nieuw Amsterdam(het huidige New York).

 

Tweede kolonisatie

Na een machtsstrijd in Europa, tussen Engeland, Frankrijk en de republiek der Nederlanden, kwam Suriname weer voor een korte periode in de handen van de Britten.

Na de nederlaag van Napoleon in 1813 en de hierop volgende vredesonderhandelingen werd Suriname door de Britten weer teruggeven aan de Nederlanders.

Zwarte bladzijde

Vanuit Nederland vertrokken er velen naar de nieuwe kolonie en werd er door de VOC op grote schaal handel gedreven. 

In eerste instantie werden de inheemse(Indianen) ingezet om de plantage te bewerken. Echter door o.a. voeding en de uit Europa overgebrachte virussen en bacteriën, konden zij die werk niet aan en bezweken velen. 

Vanuit Afrika, via Curaçao, werden er door de VOC slaven naar Suriname getransporteerd, een zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis.

De kolonisatie, van Suriname door Nederland, duurde tot 1975.

 

Onafhankelijkheid

In 1975 werd Suriname onafhankelijk, de republiek Suriname is een feit. Veel Surinamers waren het met deze  onafhankelijkheid niet eens en vertrokken met hun Nederlands paspoort naar Nederland om daar een nieuw bestaan op te bouwen. 

Met deze exodus vertrok het grootste deel van het hoog opgeleide kader uit Suriname.

Vandaag de dag woont nog steeds 40% van de Surinamers in Nederland. 

Militaire coup

Na de onafhankelijkheid ging Suriname economisch hard achteruit en was de corruptie en zelfverrijking groot. 

In 1980 werd er door een aantal onderofficieren van het Surinaamse nationale leger, onder leiding van Desi Bouterse, een militaire coup geleegd. 

In eerste instantie was de coup voor veel Surinamers een opluchting en dacht men verlost te zijn van de corrupte politici en ambtenaren.

December moorden

Helaas door de ondemocratische wijze van regeren  wakkerde het verzet tegen Bouterse zijn beleid snel aan. Op 8 en 9 december 1982  werden vijftien tegenstanders van het militair regiem in Fort Zeelandia standrechtelijk geëxecuteerd. 

Na de december moorden trad het kabinet af en stopte Nederland met het betalen van ontwikkelingsgelden. De ontevredenheid, over de wijze van regeren door de legertop, nam toe.

Binnenlandse oorlog

Vanuit het binnenland werd door het Junglecommando, onder leiding van een voormalige lijfwacht van Bouterse(Ronny Brunswijk), het nationale leger onder druk gezet.

De binnenlandse oorlog speelde zich voornamelijk af rond de bauxietmijnen en Marrondorpen in Oost-Suriname. Veel van de Marrons zijn in deze periode gevlucht naar Frans Guyana.

Telefoon-coup

In 1987 werden er democratische verkiezingen gehouden. De door Bouterse opgerichte Nationaal Democratische Partij(NDP) verliest deze verkiezingen van het Nieuw Democratisch Front(NDF). 

De invloed van legerleider Bouterse blijft echter groot. Gesteund door de indianen ontstaat er in het binnenland wederom onrust, de indianen nemen afstand van de zittende regering. 

24 December 1990 neemt het nationale leger met de zogenaamde telefoon coup weer de macht over. Met één telefoontje wordt de zittende regering van Ramsewak Shankar naar naar huis gestuurd.

Het nieuw Front

in 1991 werden er nieuwe verkiezingen uitgeschreven. De meerderheid van de zetels werd binnengehaald door Nieuw Front, de combinatie van de etnische politieke partijen (NPS, VHP, KTPI) en de SPA, de Surinaamse partij van de arbeid. Ronald Venetiaan, voormalig minister van onderwijs, werd de nieuwe president van Suriname. In die periode werden de banden met Nederland aangehaald en kwam er een zogenaamd Raamverdrag met onder andere als doel het land uit de economische malaise te halen.

Ondanks het herstel van de democratie en de hervormingen met de hulp vanuit Nederland bleef de ontwikkeling uit.

Jules Wijdenbosch NDP

 Na de verkiezingen van 1996 wint de NDP van Bouterse de verkiezingen en Jules Wijdenbosch wordt president van Suriname.

Tijdens deze periode gaf hij zeer veel geld uit, onder andere aan de brug over de Suriname rivier die de stad Paramaribo en het District Commewijne verbindt.  De brug die zijn naam draagt, Bosje brug, zorgde er mede voor dat de  staatsschuld torenhoog werd. Het Internationaal Monetair Fonds uitte zijn bezorgdheid en tienduizenden demonstrerende Surinamers eisten zijn aftreden, waar hij niet op inging. 

Na de verkiezingen van mei 2000, waarbij hij vernietigend verslagen werd, trad hij af; vervolgens werd bekend dat Wijdenbosch met creditcards een forse persoonlijke schuld had opgebouwd. 

Volgens de Centrale Bank van Suriname ging het om 300 duizend dollar; zelf hield Wijdenbosch het op 50 duizend dollar.

2000 Nieuw Front weer aan de macht

Het “Nieuw Front” wint de verkiezingen en Ronald Venetiaan wordt wederom de president van Suriname. Ook in 2005 wint het “Nieuw Front” en Venetiaan begint aan zijn derde ambtsperiode als president van de republiek Suriname.

 Gedurende deze regeerperiode, moest er hard gewerkt worden aan het herstel de economie van van Suriname. Bij overname van de regering Wijdenbosch was de staatskas leeg en het land stond er zeer slecht voor. 

Toen in 2010 eindelijk weer licht aan de horizon begon te gloren en Suriname in een goede economische positie zat verloor de zittende regering de verkiezingen van de NDP van Bouterse. 

Het herstel van de economie en de daarbij gevraagde offers van het volk werd, ondanks dat het economisch goed ging met Suriname, door het volk niet op zijn waarde geschat.

2010 Bouterse NDP

Augustus tweeduizendtien het nieuw front verliest de verkiezingen, de mega combinatie van Bouterse wordt de grootste politieke partij van Suriname.

Door het overstappen van de Abop van Ronny Brunswijk en de VHP van Soemohardjo lukt het Bouterse een regering te vormen en gekozen te worden tot president van Suriname.

De diplomatieke betrekkingen met Nederland worden terug gebracht tot zakelijk niveau.

Ondanks grote economische problemen en mede door steun van de Pertjajah Luhur en Bep wordt Bouterse in 2015 wederom benoemd tot president van Suriname.

De toch al grote economische problemen werden alleen maar groter en de SRD, Surinaamse dollar, devalueerde met meer dan 100%. Qua infrastructuur, economie en volksgezondheid ging het land hard achteruit. De regering bleef lening afsluiten zodat de te korten konden worden opgevuld.

De rijken in Surinamer werden rijker en de arme armer, ook kreeg Suriname weer de status van drugs staat en waren criminaliteitscijfers hoog. De creditstatus van Suriname werd teruggebracht naar Caa3(zeer slecht).

2020 Santhoki VHP

Juni 2020 de NDP van Bouterse verliest, de verkiezingen. De VHP, ABOP. NPS en Pertjaja Luhur vormen samen de nieuwe regering.

Op 13 Juli 2020 wordt Chandrikapersad Santokhi, oud commissaris van politie en minister van Justitie de nieuwe president van Suriname.

Suriname is door de regering Bouterse achtergelaten met een grote nationale en internationale schuld. De regering Santhoki heeft, net als Venitiaan in 2000, een zeer zware taak om het land economisch er weer boven op te krijgen. 

De politieke betrekkingen met Nederland worden weer opgeschaald tot ambassadeurs niveau

Deze website gebruikt cookies voor een optimale ervaring. Voor meer informatie kunt u onze privacy verklaring lezen.