cropped-Papagaai-vliegend.png
PARAMARIBO

Geschiedenis van Suriname

In 1492 ontdekte de Spanjaarden de Guyana’s. Rond 1600 werden de eerste handelsposten gesticht. De werkelijke kolonisatie van Suriname begon in 1651 toen de Engelse gouverneur Francis Willougby vanuit Barbados suikerplanters naar Suriname stuurde om plantages te stichten en te bewerken.

Einde eerste kolonisatie

In 1666 werden de Engelse, door de staten van Zeeland, uit het voormalige Brits Guyana verdreven en kwam er een einde aan de eerste Britse kolonisatie van Suriname. Tijdens de vredesonderhandelingen, tussen de staten van Zeeland en de Engelse, werd in 1667 in het verdrag van Breda de al bestaande situatie bevestigd. Suriname was dus niet, zoals zo vaak wordt gezegd, het belangrijkste ruilobject voor wat ooit de wereldstad New York zou worden.

Tweede kolonisatie

Na een machtsstrijd in Europa, tussen Engeland, Frankrijk en de republiek der Nederlanden, kwam Suriname weer voor een korte periode in de handen van de Britten.

Na de nederlaag van Napoleon in 1813 en de hierop volgende vredesonderhandelingen werd Suriname door de Britten teruggeven aan de Nederlanders.

Zwarte bladzijde

Vanuit Nederland vertrokken er veel  naar de nieuwe kolonie en door de VOChandel werd op grote schaal handel gedreven. om de  plantage te bewerken werden inheemse(Indianen) ingezet . Echter door o.a. voeding en de uit Europa overgebrachte virussen en bacteriën, konden zij dit werk niet aan en velen bezweken.

Vanuit Afrika, via Curaçao, werd er door de VOC slaven naar Suriname getransporteerd, een zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis. De kolonisatie, van Suriname door Nederland, duurde tot 1975.

Onafhankelijkheid

In 1975 werd Suriname onafhankelijk, de republiek Suriname was een feit. Veel Surinamers waren het met het niet eens met deze  onafhankelijkheid en vertrokken met hun Nederlands paspoort naar Nederland om daar een nieuw bestaan op te bouwen.

Met deze exodus vertrok het grootste deel van het hogere opgeleide kader.

Tot op heden woont 40% Surinamers in Nederland, een aantal dat de laatste jaren, door de verslechtering van de economie  toeneemt. 

Militaire coup

Na de onafhankelijkheid ging Suriname economisch hard achteruit en was de corruptie en zelfverrijking groot.

In 1980 werd er door een aantal onderofficieren van het Surinaamse nationale leger, onder leiding van Desi Bouterse, een militaire coup geleegd.

In eerste instantie was de coup voor veel Surinamers een opluchting en dacht men verlost te zijn van de corrupte politici en ambtenaren.

December moorden

Door de ondemocratische wijze van regeren kwan er verzet tegen Bouterse en zijn beleid. Op 8 en 9 december 1982  werden vijftien tegenstanders van het militair regiem in Fort Zeelandia standrechtelijk door het leger geëxecuteerd. 

Na de december moorden trad het kabinet af en stopte Nederland met het betalen van ontwikkelingsgelden. De ontevredenheid, over de wijze van regeren door de legertop, nam toe.

Binnenlandse oorlog

Vanuit het binnenland werd door een Junglecommando, onder leiding van een voormalige lijfwacht van Bouterse(Ronny Brunswijk), het nationale leger onder druk gezet.

De binnenlandse oorlog speelde zich voornamelijk af rond de bauxietmijnen en Marrondorpen in Oost-Suriname. Veel van de Marrons zijn in deze periode gevlucht naar Frans Guyana.

Telefoon-coup

In 1987 werden er democratische verkiezingen gehouden. De door Bouterse opgerichte Nationaal Democratische Partij(NDP) verliest deze verkiezingen van het Nieuw Democratisch Front(NDF).

De invloed van legerleider Bouterse blijft echter groot. Gesteund door de indianen ontstaat er in het binnenland wederom onrust, de indianen nemen afstand van de zittende regering. 

Op 24 December 1990 neemt het nationale leger met de zogenaamde telefoon coup weer de macht over. Met één telefoontje wordt de zittende regering van Ramsewak Shankar naar naar huis gestuurd.

Het nieuw Front

in 1991 werden er nieuwe verkiezingen uitgeschreven. De meerderheid van de zetels werd binnengehaald door Nieuw Front, een combinatie van de etnische politieke partijen (NPS, VHP, KTPI) en de SPA, de Surinaamse partij van de arbeid.

Ronald Venetiaan, voormalig minister van onderwijs, werd de nieuwe president van Suriname. In deze periode werden de banden met Nederland aangehaald en kwam er een raamverdrag met als doel het land uit de economische malaise te halen.

Ondanks het herstel van de democratie en de hervormingen met de hulp vanuit Nederland bleef verdere ontwikkeling uit.

Jules Wijdenbosch NDP

 Na de verkiezingen van 1996 wint de NDP van Bouterse de verkiezingen en Jules Wijdenbosch wordt president van Suriname.

Tijdens deze periode gaf hij veel geld uit, onder andere voor een brug over de Suriname rivier die de stad Paramaribo en het District Commewijne verbindt. De brug die zijn naam draagt, Bosje brug, zorgde er voor dat de  staatsschuld torenhoog werd. Het Internationaal Monetair Fonds uitte zijn bezorgdheid en tienduizenden demonstrerende Surinamers eisten zijn aftreden, waar hij niet op inging. 

Na de verkiezingen van mei 2000, waarbij hij vernietigend verslagen werd, trad hij af; vervolgens werd bekend dat Wijdenbosch met zijn creditcards een forse persoonlijke schuld had opgebouwd. 

Volgens de Centrale Bank van Suriname ging het om 300 duizend dollar; zelf hield Wijdenbosch het op 50 duizend dollar.

2000 Nieuw Front weer aan de macht

Het “Nieuw Front” wint de verkiezingen en Ronald Venetiaan wordt wederom de president van Suriname. Ook in 2005 wint het “Nieuw Front” en Venetiaan begint aan zijn derde ambtsperiode als president van de republiek Suriname.

Gedurende deze regeerperiode, moest er hard gewerkt worden om de economie van van Suriname te herstellen. Bij overname van de regering Wijdenbosch was de staatskas weerom leeg en  stond het land er slecht voor.

Toen in 2010 eindelijk weer licht aan de horizon begon te gloren en Suriname in een goede economische positie zat verloor de zittende regering de verkiezingen van de NDP van Bouterse.

Het herstel van de economie en de daarbij gevraagde offers van het volk werd, ondanks dat het economisch goed ging met Suriname, door het volk niet op zijn waarde geschat.

2010 Bouterse NDP

Augustus tweeduizend tien het nieuw front verliest de verkiezingen, de mega combinatie van Bouterse wordt de grootste politieke partij van Suriname.

Door het overstappen van de Abop van Ronny Brunswijk en de VHP van Soemohardjo lukt het Bouterse om een regering te vormen en gekozen te worden tot president van Suriname.

De diplomatieke betrekkingen met Nederland worden terug gebracht tot zakelijk niveau.

Ondanks grote economische problemen en mede door steun van de Pertjajah Luhur en Bep wordt Bouterse in 2015 wederom benoemd tot president van Suriname.

De toch al grote economische problemen werden alleen maar groter en de SRD, Surinaamse dollar, devalueerde met meer dan 100%. Qua infrastructuur, economie en volksgezondheid ging het land hard achteruit. De regering bleef om te korten te kunnen opvullen lening afsluiten.

De rijken in Surinamer werden rijker en de arme armer, ook kreeg Suriname weer de status van drugs staat en waren de criminaliteitscijfers hoog. De creditstatus van Suriname werd teruggebracht naar Caa3(zeer slecht).

2020 Santhoki VHP

Juni 2020 de NDP van Bouterse verliest, de verkiezingen. De VHP, ABOP. NPS en Pertjaja Luhur vormen samen de nieuwe regering.

Op 13 Juli 2020 wordt Chandrikapersad Santokhi, oud commissaris van politie en minister van Justitie de nieuwe president van Suriname.

Suriname is door de regering Bouterse achtergelaten met een grote nationale en internationale schuld. De regering Santhoki heeft, net als Venitiaan in 2000, een zware taak om het land economisch er weer boven op te krijgen. 

De politieke betrekkingen met Nederland worden weer opgeschaald tot ambassadeurs niveau